Ze is dood en geboren op dezelfde dag.

Home » Ze is dood en geboren op dezelfde dag.

 

Positieve en negatieve spanning in mijn hoofd

Woensdag 13 mei 2015. Mijn vriend en ik zitten in de wachtzaal bij de gynaecoloog voor een echo. Ik ben 20 weken ver. De 2 hoogzwangere dames kletsen erop los en ik verlang stiekem tot ik in hun ’toestand’ ben. De gedachte eraan verwarmt me. Toch pieker ik ook. Hoe zal ik dat combineren met mijn werk? Hoe krijg ik het allemaal gedaan? M’n vriend vraagt me: ‘Je bent precies nerveus?’ ‘Neen neen,’ antwoord ik.
Ik moet toegeven dat ik met ‘neen’ vaak ‘ja’ bedoel. En omgekeerd… Als iemand me vraagt of alles goed met me gaat, dan betekent een ‘ja’ meestal een ‘neen,’ want op één of andere manier zit ik niet goed in mijn vel. Ik kan niet zeggen waarom, maar meestal voel ik me – vergeef me het woord – compleet fucked-up.

Ik heb vaak last van een ‘hardkloppend’ hart, maar ik vind dat normaal. Ik ben zaakvoerster van een reclamebureau met een viertal fantastische medewerkers. Op dat moment besef ik niet dat die job alles van me eist. Ik móet straks nog die belangrijke deal binnenhalen, ik móet morgenavond naar de opleiding, we móeten donderdag naar een netwerkavond, ik móet elke dag happy en vrolijk op het werk verschijnen want mijn medewerkers móeten zich goed voelen.

En zo leef ik alleen nog maar in mijn hoofd. Ik kien voortdurend uit hoe ik alles voor mekaar kan krijgen en hoe ik mezelf elke dag opnieuw mijn perfectie kan bewijzen. Ik heb de drang om mezelf en de buitenwereld te tonen dat ik ‘wel goed genoeg ben’, dat ik ‘het wél kan’.

Pas veel later ontdek ik dat het neerhalende gevoel dat ik niet goed genoeg ben, een illusie is die ik mezelf heb ingeprent, ergens in mijn kindertijd.

Hier zitten we dan. Mijn beurt om de bloeddruk te laten meten. Ik ken niets van bloeddruk maar ik merk dat de vriendelijk dame die mijn bloeddruk meet, hard schrikt. ’20 over 14′, zegt ze. Heb je last van hoofdpijn en wazig zicht, vraagt ze?’ Ik zei ‘nee, niet echt’. Ik moet hierover eens ‘nadenken’ 😉 want ik neem nooit de tijd om mijn lichaam echt te ervaren.

De hamer

In de spreekkamer wordt al snel duidelijk dat mijn dochtertje 2 weken groeiachterstand heeft, door de veel te hoge bloeddruk. Die brengt trouwens ook mijn leven in gevaar. We moeten onmiddellijk naar het ziekenhuis. Compleet in de war en op automatische piloot wandelen we de spreekkamer buiten, waarbij ik bijna tegen één van de hoogzwangere vrouwen bots. Ze komt een andere spreekkamer uit en heeft een glimlach op haar gezicht. Ik kijk snel weg.

We worden opgenomen in het ziekenhuis en ik krijg een gigantische dosis bloeddrukmedicatie toegediend. Na 2 weken Leuven waarin hoop, gehuil, angst en boosheid zich afwisselden, moet ik bij mijn laatste gynaecologisch onderzoek de beslissing nemen. Ik moet toestemming geven om mijn zwangerschap af te breken, want ondanks de medicatie blijft mijn bloeddruk onverklaarbaar hoog en is mijn dochter niet meer gegroeid. Ineens voel ik de zwakheid van mijn lichaam. Ik zak letterlijk ineen.

Ontmoeten, loslaten en mee sterven

Donderdag 28 mei is de dag van de bevalling. Op de echo ‘s morgens om 9u ontmoet ik mijn dochter nog levend. Ze vertellen me dat ze gedurende de weeën later op de dag zal overlijden. Ik doorsta de hele dag doodsangsten omdat mijn bloeddruk, ondanks bergen medicatie, blijft stijgen. Ik sterf letterlijk mee met mijn dochter. Dit is het einde van het eerste hoofdstuk in mijn leven. Dat besef ik pas veel later.

Ik beslis dat niemand mijn dochter hoeft te komen bezoeken. Ik wil niet dat mijn familie mijn angsten, mijn verdriet en mijn boosheid zien. Het zijn emoties waarvan ik vroeger leerde dat je ze immers beter niet hebt.
Wat ik me niet afvraag is wat mijn dochter wil. Wil mijn dochter mijn familie en vrienden zien?

Ik ben lange tijd ‘van de wereld af’. Ik leef op automatische piloot en ik doe alsof alles goed gaat, maar eigenlijk wil ik alleen maar bij mijn dochter zijn. De rest van de wereld kan me niet meer schelen. Ik voel wel een sterke onderliggende behoefte aan affectie en knuffels van mensen die dicht bij me staan. Aan intense en diepgaande gesprekken over het verlies van mijn dochter. Mijn dochter, waar ik zo trots op ben. Ik isoleer mezelf en blijf eenzaam achter met het gemis en het feit dat ik mijn gevoel met niemand kan delen. Ik besef nog niet dat mijn tweede levenshoofdstuk begonnen is. 

De veerkracht van een mens die het ‘zijn’ omarmt

Nu, 5 jaar later, heb ik zoveel te vertellen.

In deze blog wil ik als boodschap brengen aan ouders van doodgeboren kinderen, aan familie en vrienden ervan:

Het kind dat ons gekozen had, is gestorven. Het kind waar wij hadden kunnen voor zorgen, is er niet meer.

Laat ons dus vertellen aan de wereld dat we ons doodgeboren kind nog elke dag missen en dat geen enkel kind het kan vervangen. Dat we verdomd goed weten wat verdriet en schuld is. Dat we nog altijd boos zijn en gehoord willen worden. Dat we willen schreeuwen als mensen het lijken te vergeten en dat we eigenlijk gewoon maar een knuffel willen. Dat we geen 2 maar 3 kinderen hebben.

Dat we nog altijd leven in het teken van ons doodgeboren kind, hoe lang het ook mag geleden zijn.

Laat ons het taboe doorbreken dat de tijd ook deze wonde heelt. Er is immers geen wonde veroorzaakt, maar er heeft een amputatie plaatsgevonden waarvoor ‘de tijd’ als pleister compleet nutteloos is. Het enige wat je kan ‘leren’ in die ‘tijd’ is dat jouw kindje maar één boodschap voor je had; ‘Laat je ware zelf niet sterven. Kijk en luister naar je innerlijke zelf en herontdek wie je diep vanbinnen bent.’

Voor die boodschap ben jou, lieve Maria, zo dankbaar. Dankzij jou kan ‘Healing Maria’ nu ongeremd groeien.

Share This