Hoezo, stoppen met opvoeden?

Home » Hoezo, stoppen met opvoeden?

De vijfjarige Noah is de oudste zoon van van Alexander en Stefanie. Hij houdt ervan om met zoveel mogelijk speelgoed tegelijk te spelen. Gedreven kiest hij het speelgoed uit, om er vervolgens het héle huis mee ‘op te fleuren’. Hij doet dat met zeer veel overgave, tot ergernis van Alexander en Stefanie. Alexander is zeer plichtbewust en beveelt zijn oudste zoon om het speelgoed op te ruimen. Noah begrijpt het niet en vraagt: “Waarom papa?’’ “Omdat je moet leren om orde te hebben en geen zaken te laten rondslingeren, jongen”, is het antwoord van papa. “Jij moet het goede voorbeeld tonen aan je jongere zus.” Noah wordt boos. Hij protesteert: “Neen, ik wil niet opruimen, ik wil verder spelen.” Papa Alexander neemt zijn zoon bij de hand en maakt krachtig duidelijk wat hij wil. ”Noah, je luistert niet en dat is echt niet flink, ruim alles meteen op.” Noah doet uiteindelijk wat zijn vader ‘m vraagt. Voor Alexander voelt het krampachtig aan. Hij voelt zich niet helemaal goed bij de manier waarop dit liep, maar sust zich met de gedachte dat zijn zoon het toch ooit eens moet leren.

Ouders veronderstellen vaak dat hun kind enkel goed kan terechtkomen als het voortdurend onder druk gezet wordt om te presteren. Om continu uit te blinken en zo perfect mogelijk te zijn. Het effect hiervan is echter negatief. Het kind vormt zich een zelfbeeld waarbij het altijd goed moet blijven presteren om zich waardevol te voelen. Vanuit de klassieke opvoeding handelen we vanuit de overtuiging dat kinderen ‘nog niet af’ zijn. Dat ze moeten gemáákt worden om goed te zijn en dat we ze waarden en beschaving moeten bijbrengen. We gaan ervan uit dat als we dat niet doen, het slecht met ze zal aflopen. We voelen ons dus verantwoordelijk voor de toekomst van onze kinderen.

‘Zorgen voor’ in plaats van ‘Opvoeden’

Als we dus zouden stoppen met ‘opvoeden’, zou dat betekenen dat we verzaken aan onze verantwoordelijkheid om de toekomst van onze kinderen vorm te geven. Toch hoeven we als ouder onze relatie met onze kinderen niet op die manier te bekijken.

Hoe kunnen we het anders aanpakken? Door eenvoudigweg te ‘zorgen voor’ onze kinderen in plaats van ze krampachtig ‘op te voeden’.
“Zorgen voor” betekent dat we rekening houden met het directe belang van het kind; we leren het van het glas van de haard af te blijven, we leren hoe veters te knopen, we leren hoe ze die drukke baan moeten oversteken, ze ‘moeten’ hun neusje spoelen als ze een verkoudheid hebben, we geven ze een helm op de fiets, enz.
“Opvoeden” betekent dat we vasthouden aan het toekomstig belang van ons kind. Of aan datgene wat we zelf als belangrijk beschouwen. Zo willen we bijvoorbeeld dat onze kinderen goede punten halen op school. Zodat ze ooit een mooi diploma op zak hebben met een gegarandeerde succesvolle carrière als gevolg. We willen dat ze handjes schudden en dankjewel zeggen, omdat ze daarmee aan mensen tonen hoe goed we ze als ouder hebben opgevoed. We kunnen dus stellen dat we minstens evenveel in ons eigen belang ‘opvoeden’ dan in het belang van het kind.

Wat met het belang van Noah?

Voor Noah is het toekomstig belang van ‘ordelijk zijn’ onzichtbaar. Hij ziet niet in waarom hij nú moet opruimen, ervaart dit niet als iets dat ‘m later zal helpen en hij begrijpt al zeker niet waarom hij als oudste het voorbeeld moet tonen.
Kortom, voor Noah zijn er geen begrijpelijke redenen. Integendeel, voor hem voelt het alsof hij niet goed genoeg is en hij voelt zich afgewezen. Dat gevoel wordt versterkt doordat zijn vader de stem verheft en zegt dat hij niet flink is.

Hoe pakken we het anders aan?

Vader Alexander zou kunnen zeggen: “Noah, ik zie dat je graag speelt, dat is fijn. Kan je het speelgoed uit de gang en de keuken opruimen? Dan kunnen we ons geen pijn doen door erover te vallen.”
Op die manier erkent Alexander zijn zoon in zijn enthousiasme van het spelen en begrijpt Noah het directe belang van opruimen. Namelijk dat je maar beter vermijdt dat je je bezeert door rondslingerende spullen.

Wat we dus bewust of onbewust geloven is dat mensen van kleinsaf niet goed zijn zoals ze zijn, maar goed moeten gemaakt worden via voortdurende inspanningen daartoe. Vanuit deze opvoedingsovertuiging dragen we een hele verantwoordelijkheid. We voelen ons verantwoordelijk voor het latere levensgeluk van onze kinderen. Als we dit gevoel loslaten en gaan zorgen voor onze kinderen in de plaats van krampachtig te willen opvoeden, dan krijgen kinderen de ruimte om open te bloeien en ongeremd op te groeien, volgens de waarden waarmee ze geboren zijn, volgens hun eigen natuur.

Geïnspireerd door ‘Het einde van de opvoeding’ door Jan Geurtz

Share This