Hoe kan mijn kind een trauma oplopen?

Home » Hoe kan mijn kind een trauma oplopen?
trauma oplopen

Wat is een trauma?

Een trauma is een fysieke, instinctieve veiligheidsreactie die we automatisch gebruiken in elke situatie die we ervaren als levensbedreigend. Het kan gaan over erge feiten zoals fysiek misbruik, maar evengoed over iets heel kleins. Over terugkerende of éénmalige gebeurtenissen.

Bijvoorbeeld: Janne (4 jaar) is een bezig bijtje. Ze reageert meestal heel spontaan en enthousiast en daardoor kan ze druk overkomen. Na een stresserende dag reageert haar moeder Liesbeth kortaf en met verheven stem tegen haar ‘drukke’ kind, dat dan ook nog eens een blauwe beker met melk omstoot. Liesbeth haalt uit: “Janne! Je bent echt lastig! Het is altijd hetzelfde! Houd je nu eens stil en ruim onmiddellijk de melk op!” Janne kan nu op verschillende manieren reageren:

  • volgen: het kind is volgzaam, doet wat de moeder wil;
  • vechten: het kind reageert nog heftiger als teken van verzet;
  • vluchten: het kind zoekt een vluchtroute en gaat naar haar slaapkamer;
  • bevriezen: het kind houdt zich gespannen, lijkt verward en staart wat voor zich uit.

Bovenstaande reacties noemen we traumareactiepatronen. Het kind vertoont ze als de situatie onveilig tot levensbedreigend aanvoelt. Welk traumareactiespatroon wordt vertoond, is voor elk kind en elke situatie verschillend. Voor Janne is de situatie onveilig, ze kiest ervoor om te ‘bevriezen‘. Janne voelt aan dat haar mama niet meer uitvliegt en haar graag ziet als ze niets doet en haar lichaam opspant. Pas dan voelt alles terug veilig aan. Het enige wat Janne niet kan zijn, is zichzelf. Ze wordt dat verkrampte meisje en is niet langer haar drukke eigen.

De gevolgen van een trauma

Janne is nu 32 jaar en heeft geleerd om zich ‘in te houden’ en haar enthousiasme in te tomen. Het enige dat Janne eigenlijk niet doorheeft is de chronische spanning in haar lichaam. Ze heeft last van nek- en schouderpijn, hartkloppingen en een verhoogde bloeddruk. Janne heeft bovendien een hekel aan de kleur blauw.

Waarschijnlijk heeft Liesbeth, de mama van Janne, vroeger ook het patroon aangeleerd om niet luidruchtig te zijn en al zeker niet met eten te morsen. Als Liesbeth goed kijkt zou ze zichzelf kunnen herkennen. Wellicht was ze vroeger ook spontaan en enthousiast, maar leerde ze zich te ‘gedragen’ volgens de normen van de volwassen wereld. Tegen haar natuur in.

Dat betekent niet dat we geen grenzen kunnen stellen of afspraken kunnen maken. Grenzen die duidelijkheid en veiligheid geven aan het kind. Afspraken maak je samen met je kind en niet éénzijdig. Liesbeth had de boodschap anders kunnen overbrengen. “Janne, ik merk dat je nog veel energie hebt, voor mama voelt dat een beetje lastig. Kan je mama helpen de melk opruimen?” Hier erkent Liesbeth haar dochter en haar enthousiasme, die deel uitmaakt van haar eigenheid. Daarbij noemt ze de situatie lastig voor zichzelf, in plaats van te zeggen dat het drukke karakter van Janne verkeerd is. Het resultaat is dat Janne zich erkent voelt in haar nature en dat Janne haar niet afgewezen voelt.

(H)erken het kind

Als een kind zich afgewezen voelt, kan het zich naast het trauma ook negatieve geloofsovertuigingen eigen maken. Bijvoorbeeld:  ‘ik ben tot last’, ‘Ik mag er niet zijn’, ‘ik ben raar’,’ik hoor er niet bij’, ‘ik ben waardeloos’ . Deze diepgewortelde negatieve illusies geven op latere leeftijd mogelijk aanleiding tot mentale problemen, eetstoornissen, verslavingen en dwangmatigheden. Als een kind negatieve geloofsovertuigingen over zichzelf uitspreekt, mogen we daar dankbaar voor zijn. Een kindertolk kan je helpen om het woord en het gedrag van je kind voor jou te ‘vertalen’.

Share This