Nemen we onze kinderen au sérieux?

Home » Nemen we onze kinderen au sérieux?

Ik loop achterstand op en niemand voelt het gewicht van mijn tristesse

In de lagere school krijg ik vaak te horen: “Klein maar dapper,” “Klein maar fijn.” Daar kan ik wel mee om, hoewel ik het niet zo fijn vind dat ik een kleine, tengere gestalte heb.

In het tweede middelbaar merk ik dat zich bij veel klasgenootjes de vrouwelijkheid ontwikkelt. Ze praten over maandstonden. Over BH’s. Dingen waar ik op dat moment nog helemaal niet kan over meepraten. Ik vraag me af of ik er ooit zal kunnen over meepraten, want mijn maandstonden blijven weg. Elke dag voel ik of er al knobbeltjes voelbaar zijn ter hoogte van mijn borst. Niet dus. Wachten. 3de, 4de, 5de middelbaar… Nog niets… Ik wil niet uitgaan en van jongens krijg ik al zeker geen aandacht.

De Chiro is de enige plaats waar ik me goed voel. Waar ik me aanvaard voel zoals ik ben. Waar ik kan lachen en huilen, waar ik vrolijk en boos mag zijn. Waar onnozel wordt gedaan en waar gevoelens besproken worden, waar knuffels wekelijkse kost zijn. Ik voel me er echt thuis.

Van zogenaamde vrienden krijg ik op school wel eens een opmerking over mijn groeiachterstand, maar ik word gelukkig niet echt gepest. De ‘grote-mensenwereld’ doet er nogal luchtig over.  “Dat komt wel goed”. “Trek het je niet aan.” Mogelijk hebben ze gelijk, maar ik voel me triest. Ik schaam me en ben bang dat ik nooit tot vrouw zal uitgroeien. De negatieve gevoelens breng ik liever niet ter sprake op dat moment. Ik heb immers al ontelbare keren gehoord dat je je zo niet hoeft te voelen. We leren om niet te jammeren. Ik merk dat ik maar best de schijn hoog houd. Ik voel me ok, denk ik dan.

Uiteindelijk kan ik in het 6de middelbaar mijn eerste BH kopen en heb ik op mijn 19de voor de eerste keer mijn maandstonden. Mijn wereld gaat open. Maar mijn rugzak is volgepropt met onzekerheid, wantrouwen, schaamte en angst. Met onderdrukte emoties en diepe gevoelens van afwijzing. Ze zijn er door de jaren ingebakken. 

Neem de gevoelens van kinderen niet licht op

Ouders, leerkrachten, opvoeders en iedereen die het goed met ze voorheeft, moet helpen om de ‘emotionele rugzak’ van kinderen zo licht mogelijk te houden.

Dat is trouwens niet zo moeilijk: neem de gevoelens van je kind serieus op. Gevoelens van kinderen zijn altijd oprecht. Verdriet heeft een even grote waarde als vreugde, boosheid wil in dezelfde mate gehoord en erkend worden als blijdschap. Het volstaat niet om te zeggen: ‘Trek het je niet aan’, of ‘het is niet zo erg’. Dat zijn slogans. Ze helpen niet. Ze minimaliseren en negeren de stem van je kind.

Luister naar het kind. Geef het tijd en een veilige ruimte om gevoelens te uiten, zolang dat nodig is. Probeer vooral te luisteren, want een kind wil gehoord en begrepen worden. Bij iemand terecht kunnen. Erover kunnen praten, het hart luchten. Dat is als ouder ontdekken wat er in het hoofd van je kind omgaat. Probeer niet teveel te helpen en te adviseren. Maar te reflecteren. Als ouder kunnen we best niet als hulpverlener optreden. Schakel specialisten in als je merkt het kind blijvende diepe negatieve gevoelens ontwikkelt.

Wees je als ouder of opvoeder ook bewust van je eigen emotionele rugzak. En wees bereid om deze op jouw beurt ook te openen, te kijken, te erkennen, te omarmen en los te laten.

Share This